Hoofdluiscommissie

Omdat hoofdluis een hardnekkig probleem dreigde te worden is in februari 2000 besloten tot het oprichten van een hoofdluiscommissie. Volgens een draaiboek van de GGD (schoolarts/-verpleegkundige) controleert een groepje moeders na iedere schoolvakantie alle kinderen op de aanwezigheid van neten (eitjes van luizen).

Het is nadrukkelijk niet de bedoeling de rol en verantwoordelijkheid van ouders hierin over te nemen, maar hierin te ondersteunen. Naast het vroegtijdig ontdekken en bestrijden, hopen we er mee te bereiken dat het probleem bespreekbaarder wordt. Ondanks dat je weet dat iedereen het kan krijgen ligt er voor sommige mensen nog best een drempel het te melden en er zou al helemaal geen reden mogen zijn om kinderen ermee te pesten of er op aan te kijken.

Daarnaast is per juni 2000 de maatregel genomen, dat alle kinderen hun jassen in plastic tassen aan de kapstok moeten ophangen. Dit om het overlopen van jas naar jas te voorkomen.

De praktijkervaringen hebben er toe geleid dat alleen in de kleutergroepen deze maatregel nageleefd wordt.

Wat betreft de controle op school: er wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van neten. Deze worden dichtbij de hoofdhuid gelegd, aan de haren gekleefd, op de warmste plekken op het hoofd (achter de oren, in de nek, op de kruin, onder de pony en waar vaak staartjes op het hoofd zitten) en soms voor/bovenop het hoofd (waar hoofden contact gemaakt hebben). Luizen zijn er dan sowieso, maar die laten zich niet zo makkelijk vinden als het er nog niet veel zijn of soms is het er pas één (die mogelijk nog geen neten heeft gelegd…..). Neten onderscheiden zich van zand en roos, doordat ze vastzitten aan de haren. Ze kunnen van wit tot donkergrijs gekleurd zijn.

Thuis kunt u ook controleren op neten en daarnaast het haar systematisch vanaf de hoofdhuid doorkammen met een stofkam (apotheek of drogist) op zoek naar luizen. Het is raadzaam dit iedere week te doen, zeker als er in de groep van uw kind hoofdluis gevonden is. Meer informatie kunt u vinden in de folder van de GGD, die vorig jaar is uitgedeeld en ook nog op school te verkrijgen is.

De werkgroep bestaat momenteel uit 9 moeders. Na iedere schoolvakantie (van een week of langer) worden alle kinderen gecontroleerd. Als er hoofdluis gevonden wordt, wordt de betreffende groep na 2 tot 3 weken opnieuw gecontroleerd enzovoort tot het weg is of er weer een controle van de hele school is. De ouders van het kind waarbij hoofluis gevonden is worden diezelfde dag geïnformeerd door één van de coördinatoren van de hoofdluiscommissie en de groep krijgt een briefje mee dat er hoofdluis gevonden is. Er wordt niet bekend gemaakt om welk(e) kind(eren) het gaat. Met de gegevens die de hoofdluiscommissie bijhoudt wordt vertrouwelijk omgegaan. (Alleen de leerkracht en de directeur worden geïnformeerd.) Uw eigen openheid als ouder hierin, zal echter uw kind en ook anderen stimuleren vrijer te communiceren over hoofdluis. En wat openlijker besproken kan worden kan ook beter bestreden worden!

Natuurlijk blijft het van het grootste belang de school in te lichten, als u zèlf bij uw kind hoofdluis gevonden heeft. De groep van uw kind wordt dan via een briefje geïnformeerd dat er hoofdluis in de klas is en gevraagd om extra goed op te letten. Bij 2 of meer meldingen binnen een groep gaat de hoofdluiscommissie een extra controle doen.

We hopen alle nuttige informatie voor u zo op een rijtje te hebben gezet. Zijn er toch nog vragen, dan kunt u contact opnemen met J.Driessen of één van de coördinatoren van de werkgroep. Wilt u meehelpen met de controles, meldt u dan vooral aan. Hoe meer hulp, hoe minder verstoring van de lessen.

Coördinator hoofdluiscommissie,
Henny Hilbrants 5033878