Hoe komt de MR tot stand?
In de medezeggenschapsraad zitten vertegenwoordigers van groepen die bij de school betrokken zijn. In het basisonderwijs zijn dit het personeel en de ouders. Een groep vertegenwoordigers wordt een geleding genoemd. Er zijn dus twee geledingen in de Medezeggenschapsraad.
De ouders in de oudergeleding worden door en uit de ouders van de school gekozen. De personeelsgeleding wordt door en uit het personeel gekozen. Iedereen die tot één van deze groepen behoort mag zelf kiezen (actief kiesrecht) en zich verkiesbaar stellen (passief kiesrecht). Een schoolleider die namens het bevoegd gezag besprekingen met de MR voert, kan geen lid zijn van de MR.
Als er meer kandidaten zijn voor de beschikbare plaatsen in een geleding, worden er verkiezingen uitgeschreven. Hoeveel leden een medezeggenschapsraad heeft, hangt af van het aantal leerlingen. Ieder jaar is er op 1 oktober een leerlingen telling. Het aantal leerlingen op deze dag geldt als maatstaf. In de WMO 1992 is te vinden hoe de verdeling van de MR eruit ziet. De vermelde aantallen zijn een maximum, de MR mag ook uit minder leden bestaan. Als een MR daarvoor kiest, moet dat in het medezeggenschapsreglement worden vastgelegd.
De oudergeleding en de personeelsgeleding bestaan altijd uit evenveel leden. Dit wordt het pariteit beginsel genoemd. Het kan voorkomen dat een geleding niet alle zetels kan bezetten. In dat geval hoeft het aantal zetels van de andere geleding niet te worden aangepast. De MR kan dan nog steeds als volwaardig MR functioneren.